Het ‘Rijk van het Midden’, de eeuwenoude, traditionele benaming voor China, was duizenden jaren lang een gesloten bastion waar westerlingen nauwelijks werden toegelaten en ook nauwelijks handel mochten drijven. Die situatie is natuurlijk radicaal veranderd. Maar China is nog steeds geen makkelijk toegankelijk land. Dat maakt het ook fascinerend. Want de reiziger zal elke dag weer iets nieuws ontdekken dat verbazing wekt.
Meer dan personenvervoer
“Autobussen zijn voor het volk een bezienswaardigheid.
Gevuld met ‘foreign devils’ zoals de bevolking nog steeds geneigd is ons te zien, is het een gebeurtenis van de eerste orde.” Alex Laboyrie, de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiger in China, beschreef in december 1964 de gebeurtenissen tijdens zijn reis door een zestal Chinese steden waaronder Foshan, Shaoshan en Canton (nu Guangzhou).
Uit zijn reisverslag dat hij stuurde naar het ministerie van Buitenlandse Zaken, en dat in het Nationaal Archief in Den Haag is te lezen, blijkt dat buitenlanders in China in die jaren veel bekijks trokken. De politie in Changsha moest voor het diplomatieke reisgezelschap van zestig man, met in hun kielzog dertig Chinese ambtenaren, voortdurend de weg vrijmaken vanwege de “drommen Chinezen die ons letterlijk met open mond stonden aan te gapen”, aldus de zaakgelastigde.
Twee excursies per jaar
Zijn beschrijving staat in schril contrast met het moderne en kosmopolitische China dat je vandaag de dag vindt in diezelfde steden Changsha en Canton waar Laboyrie over schreef. Met inwonertallen van zo’n twee keer Nederland worden steden als Beijing, Chongqing en Shenzhen nu bevolkt door glitzy wolkenkrabbers, luxe restaurants en gigantische winkelcentra vol met hippe designermerken, Apple stores, cocktailbars en vooral: merken van eigen makelij.
De trip die Laboyrie in 1964 maakte was één van de twee excursies die de Chinese regering jaarlijks voor alle buitenlandse diplomaten organiseerde om hen enigszins tegemoet te komen. Vrij door China reizen was in die tijd maar mondjesmaat toegestaan en vooral diplomaten werden aan de leiband gehouden. De communistische partij wilde voorkomen dat landenvertegenwoordigers vrij door het land zouden kunnen rondbanjeren en wees reisverzoeken van diplomaten daarom meestal af.
Laboyries voorganger, zaakgelastigde Carl Barkman, beklaagde zich er twee jaar daarvoor nog over in een brief naar het ministerie en tegenover de Chinese chef van het Protocol in Peking. “China, één der grootste landen ter wereld, werd thans voor de buitenlanders tot één der kleinste gereduceerd, hetgeen objectieve verslaggeving bijzonder moeilijk maakte.”

Robotbenen
Nu was dat natuurlijk al een enorme verbetering vergeleken met de situatie toen China nog een keizerrijk was en het de Britten eeuwenlang alleen was toegestaan om in een enkele haven aan te meren voor hun handel. Kooplieden mochten soms niet eens voet aan wal zetten, maar moesten aan boord blijven terwijl tussenhandelaren de koopwaar aflaadden.
Het is duidelijk: China is van ver gekomen. Van een armoedig, ontwikkelend land waar het grootste deel van de bevolking uit boeren bestond en een zeer eenvoudig bestaan leidde, groeide China in een paar decennia uit tot de tweede grootste economie ter wereld, met een rijke middenklasse die net zo consumentistisch is als we hier in het Westen zijn.
Maar wie met een bezoek aan Shanghai een soort New York in Azië verwacht, maakt een flinke misrekening. Hoe leuk The Big Apple, Los Angeles en San Francisco ook zijn als steden, ze leggen het qua moderniteit af tegenover Chinese miljoenensteden en voelen daarbij vergeleken zelfs een beetje gedateerd aan.
China heeft een flinke technologische sprong gemaakt waardoor het in sommige opzichten vooroploopt, met name als het gaat om de toepassing voor consumenten in het dagelijks leven. In Shenzhen wordt momenteel bezorging via drones uitgerold, in Beijing kun je de Chinese Muur beklimmen met robotbenen en de stad Hefei experimenteert met de eerste vliegende taxi’s. De benzineauto, in Laboyries tijd nog een novum, is in Chinese steden van het uitstervende type nu de opmars van elektrische auto’s definitief is doorgebroken.

Nomaden
Dat wil niet zeggen dat heel China één en al vooruitgang ademt. Onder al die moderniteit huist anderzijds nog steeds een zeer traditioneel land met inwoners die heilig geloven in geluksgetallen, die jaarlijks hun voorouders eren met speciale feestdagen en waar bruidsschatten en ouders die voor hun kinderen partners zoeken, nog steeds wijdverbreide gebruiken zijn.
En hoewel armoede volgens de regering officieel niet meer bestaat, zijn er in kleinere steden en plattelandsdorpen nog genoeg mensen te vinden die met moeite rondkomen. Ook in dunbevolktere provincies als Gansu en Qinghai in het westen van het land leven veel mensen een bescheiden bestaan.
Zo sliep ik eens tijdens een fietsvakantie bij nomaden die yaks hielden. Van die grote, harige runderen die iets weghebben van bizons of waterbuffels. Ik lag in hun tent pal naast een grote berg yakpoep die ze gebruikten als brandstof om te koken en de tent mee te verwarmen. Dan is het contrast met een kamer in een fancy viersterrenhotel in Shanghai natuurlijk aanzienlijk groot.
Voor mij vormden dit soort gebieden juist mijn favoriete reisbestemmingen; je vindt er nog ruige, ongerepte natuur, een gemoedelijker levensritme en nog autonome Tibetaanse gebieden buiten Tibet. Je vindt er ook Chinezen die vindingrijk en praktisch ingesteld zijn; die onaardse hoeveelheden spullen op hun brommer weten te vervoeren, die rustig op een bergtop hun hotpot uitpakken (een soort pittige fondue) en die overal wel een businessmodel in zien of een manier om wat renminbi’s extra te verdienen.

Woestijn
Al reizende door China valt ook op hoeveel verschillende soorten etniciteiten (56) en dialecten er zijn, en wat een gigantisch land het is. Nergens voelde ik dat meer dan toen ik het Jiayuguan-fort bezocht in Gansu. Het fort is de meest westelijke poort van de Chinese Muur en werd tijdens de Ming-dynastie gebouwd (1368-1644) als ultieme militaire verdediging. Het elf meter hoge bouwwerk beslaat een oppervlakte van 33.500 vierkante meter, heeft veertien wachttorens en is 733 meter lang.
Omgeven door gebergte in het noorden en zuiden en woestijn in het westen is het perfect gesitueerd als een defensiewerk. Via deze poort, gelegen op de Zijderoute, kwamen buitenlandse handelaren en gezanten uit Centraal-Azië China binnen. Maar het was ook de poort waardoor verbannen criminelen en in ongenade gevallen dienaren juist werden weggestuurd. De eerste nederzetting was honderden kilometers weg.
Wie dus de immense poort achter zich hoorde sluiten, wist dat er een gewisse dood stond te wachten. Vanaf het fort zie je tot aan de horizon dan ook alleen het zand van de Gobi-woestijn. Alle bedrijvigheid van de grote stad voelt hier heel ver weg. En het zijn dit soort contrasten die van China nog steeds een echte ontdekkingsreis maken.
Maak een ontdekkingsreis door China met Destin Travel! Onze reisspecialisten hebben twee zeer diverse reisarrangementen samengesteld: een 17-daagse rondreis per hogesnelheidstrein en een 18-daagse rondreis met 5-daagse Yangtzecruise.
Anouk Eigenraam - China-expert en journalist