Kijk de theaterprogrammering er maar op na: geen voorstelling lijkt families rond de feestdagen in zo’n grote getale naar het theater te lokken als De Notenkraker. Was het verhaal van E.T.A. Hoffmann uit 1816 altijd al aansprekend - Clara krijgt op kerstavond een notenkraker-pop die, zodra zij gaat slapen, in haar droom tot leven komt en een prachtige prins blijkt te zijn - het waren choreograaf Marius Petipa en componist Pjotr Iljitsj Tsjaikovski die het verhaal met zijn geweldige muziek tot een kaskraker maakten.
De Notenkraker (1892) was Tsjaikovski’s derde ballet, na Het Zwanenmeer (1876) en De Schone Slaapster (1889). Al tijdens zijn conservatoriumstudie had Tsjaikovski een grote belangstelling voor ballet. Tijdens een uitvoering van Giselle, een avondvullend ballet op muziek van de Franse componist Adolphe Adam, realiseerde hij zich de onbeperkte expressiemogelijkheden van balletmuziek: de dramatische verhaallijnen, de afwisseling tussen intiem en groots, de wijze waarop het orkest kon schitteren. Het was dan ook niet verbazingwekkend dat een van de eerste composities waar Tsjaikovski zich na zijn afstuderen op richtte een ballet was: Het Zwanenmeer.
Het Zwanenmeer
Tsjaikovski beet zich vast in zijn nieuwe werk: een neef herinnerde zich hoe de jonge componist zich volledig op zijn nieuwe project stortte: hij schroomde niet zelf passen en pirouettes te verzinnen en danste ze zelfs voor! Toch bleek Tsjaikovski’s toewijding tevergeefs: de zwakke choreografie en de matige uitvoering zorgden ervoor dat de première van Het Zwanenmeer een mislukking werd. Tsjaikovski keerde de balletwereld de rug toe om in de jaren daarna tal van succesvolle symfonische werken en opera’s te componeren.
Niettemin had wel degelijk één iemand in 1876 gehoord dat de muziek voor Het Zwanenmeer stond als een huis. Toen Ivan Vsevolosjki in 1888 een componist zocht die balletmuziek boven de heersende, bleke dienstbaarheid uit kon tillen, herinnerde hij zich de balletmuziek die Tsjaikovski dertien jaar daarvoor had gecomponeerd. Van oorsprong diplomaat en zelfs korte tijd in Den Haag gestationeerd, had Vsevolosjki tijdens zijn langdurige verblijf in Parijs kennisgemaakt met ballet op het allerhoogste niveau. Gegrepen door de verhalen, choreografie, kostuums en decors zorgde hij er bij terugkomst in Sint-Petersburg voor dat de belangstelling voor ballet als serieuze kunstvorm nieuw leven werd ingeblazen. Vsevolosjki schopte het meteen tot directeur van de Keizerlijke Theaters en van het Mariinski Theater in Sint-Petersburg.

Het Zwanenmeer © Valentin Baranovsky
Het ontstaan van De Notenkraker
Met Het Zwanenmeer in zijn geheugen nodigde Vsevolosjki Tsjaikovski uit tot het componeren van muziek voor De Schone Slaapster. Dit ballet bleek direct een groot succes, niet in de laatste plaats vanwege Tsjaikovski’s samenwerking met de Franse choreograaf Marius Petipa. Vsevolosjki had Petipa uit Parijs laten komen vanwege zijn technische perfectie, muzikaliteit en gevoel voor grootschalige theatrale effecten, en in de 63 jaar dat hij in Rusland werkzaam zou zijn groeide hij uit tot de belangrijkste choreograaf van de 19e eeuw. Na het enorme succes van De Schone Slaapster vroeg Vsevolosjki het tweetal zich te buigen over het verhaal De Notenkraker en de Muizenkoning, in een bewerking van Alexandre Dumas sr. Vreemd genoeg stond Tsjaikovski na het lezen van het verhaal niet direct te springen. Naar zijn beweegredenen kunnen we slechts gissen. Mogelijk vond hij - Tsjaikovski was zéér belezen - dat Dumas sr. het origineel te zeer geweld had aangedaan.
Toen Tsjaikovski eenmaal aan de slag ging, verliep het compositieproces dan ook stroef. Omdat hij ook een opdracht voor een opera had aangenomen, zijn opera Yolanthe, én tevens een concertreis naar de Verenigde Staten toegezegd had, kwam hij in enorme tijdnood. In een verzoek om uitstel schreef Tsjaikovski aan Vsevolosjki dat de personages uit De Notenkraker ‘...me bang en angstig maken. Het lijkt of ze me achtervolgen, overdag en in mijn slaap...’. Gaf de baas van de Keizerlijke Theaters in eerste instantie niet toe, toen vervolgens ook nog eens Tsjaikovski’s zus overleed, streek hij toch over zijn hart: Tsjaikovski mocht het werk een jaar uitstellen.

© Csibi Szilvia
De ontdekking van de celesta
Wat Vsevolosjki noch Tsjaikovski kon weten, was dat het jaar uitstel een groot geschenk met zich mee zou brengen. Op de terugreis uit de Verenigde Staten kwam Tsjaikovski in Parijs een nieuwe instrumentale uitvinding op het spoor waar niemand in Sint-Petersburg nog van wist. De celesta, met haar klavier en binnenwerk van metalen staafjes, produceerde een engelachtig geluid (celeste = hemels) en paste volgens Tsjaikovski perfect bij de muziek die hij voor ogen had voor De Notenkraker.
Opgewonden schreef hij zijn uitgever: ‘Ik heb een nieuw instrument ontdekt, het houdt het midden tussen een piano en een klokkenspel en heeft een hemels geluid! Koop het instrument zo snel mogelijk, maar houd het absoluut geheim voor Rimski-Korsakov en Glazounov. Ik ben als de dood dat als ze ervan horen ze het ook meteen willen gebruiken.’ Hoewel het wellicht niet erg collegiaal van hem was om het instrument voor andere componisten verborgen te houden, was het inderdaad Tsjaikovski die de celesta in de concertzaal introduceerde. Overigens was niet iedereen meteen overtuigd van de waarde van het nieuwe instrument. Kwade tongen beweerden dat Tsjaikovski het in de Dans van de Suikerfee inzette om waarachtige inspiratie te verhullen, zoals men bij de première van De Notenkraker ook twijfels had over de dansbaarheid van de muziek. Wellicht was men afgeleid door de kracht van de muziek, die zoveel sterker was dan de ondergeschikte muziek die tot dan toe bij ballet werd gebruikt. De matige ontvangst bij de première ten spijt, had De Notenkraker al snel veel succes en Tsjaikovski stelde dan ook meteen een suite samen voor de concertzaal.
Ervaar De Notenkraker in de Hongaarse Staatsopera tijdens onze Muzikale Kerstcruise over de Donau.